Statuten en huishoudelijk reglement

Statuten

Naam en zetel.
Doel.
Begripsbepalingen.
Leden, ereleden, aanvang lidmaatschap.
Karakter van het lidmaatschap.
Einde van het lidmaatschap.
Schorsing.
Donateurs.
Geldmiddelen.
Verplichtingen van de leden.
Bestuur; samenstelling.
Bestuur, taken en bevoegdheden.
Bestuur; vertegenwoordiging.
Bestuur; werkwijze.
Algemene vergadering; bijeenroeping.
Algemene vergadering, toegang, stemrecht.
Algemene vergadering; werkwijze.
Algemene vergadering; boekjaar, jaarvergadering, kascommissie.
Statutenwijziging.
Reglementen.
Ontbinding en vereffening.
Naam en zetel.

Artikel 1.

  1. De vereniging draagt de naam: Judovereniging Kai. De vereniging is de voortzetting van de afdeling judo van de Rotterdamse Ontspaningsvereniging SHELL en daaropvolgend de afdeling judo van Polderpoort B.V.
  2. De vereniging is gevestigd in de gemeente Vlaardingen.
Doel.

Artikel 2.

  1. De vereniging heeft ten doel:
    het bevorderen en doen bevorderen van het beoefenen van judo, het organiseren  van en deelnemen aan judo wedstrijden en andere activiteiten, het onderhouden van contacten met andere judoverenigingen alsmede het zijn van lid van  de Judo Bond Nederland, en het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
  2. De vereniging mag geen winst onder haar leden verdelen.
Begripsbepalingen.

Artikel 3.

  1. Tenzij in deze statuten anders is bepaald of kennelijk anders is bedoeld wordt in deze statuten verstaan onder:
  • de vereniging: de in artikel 1 genoemde vereniging;
  • het lid, de leden: zowel het gewone lid als het erelid, respectievelijk zowel de gewone als de ereleden;
  • jeugdleden: gewone leden die jonger zijn dan zestien jaar;
  • het bestuur: het bestuur van de vereniging;
  • de algemene vergadering : de algemene vergadering van de vereniging, als orgaan van de vereniging, alsook bijeenkomsten van dit orgaan;
  • Boek 2: Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
  • de kascommissie: de commissie als bedoeld in lid 2 van artikel 48 van Boek 2.
  1. Onder “schriftelijk” wordt in deze statuten tevens verstaan: per fax, per e-mail of via enig ander telecommunicatiemiddel dat in staat is geschreven tekst over te brengen.
Leden, ereleden, aanvang lidmaatschap.

Artikel 4.

  1. De vereniging kent gewone leden, jeugdleden en ereleden.
  2. Gewone leden en jeugdleden zijn natuurlijke personen, die zich – onder overlegging van de door het bestuur verlangde gegevens en bescheiden – als lid danwel als jeugdlid bij het bestuur hebben aangemeld en door het bestuur als zodanig tot de vereniging zijn toegelaten. Jeugdleden dienen toestemming van hun wettelijke vertegenwoordiger te krijgen voor het lidmaatschap aanvaard kan worden.
    Het bestuur kan een commissie instellen die tot taak heeft het bestuur te adviseren omtrent de toelating tot het lidmaatschap van degenen die zich daartoe aanmelden.
  3. Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
  4. De algemene vergadering kan haar in de vorige zin bedoelde bevoegdheid delegeren aan een door haar uit haar midden te benoemen commissie bestaande uit ten minste drie personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
    Indien de algemene vergadering van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt bij reglement de werkwijze van de commissie geregeld.
  5. Ereleden zijn zij, die wegens hun buitengewone verdiensten voor de vereniging of op het terrein waarop de vereniging werkzaam is, op voorstel van het bestuur door de algemene vergadering als zodanig zijn benoemd en die deze benoeming hebben aanvaard.
Karakter van het lidmaatschap.

Artikel 5.

Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet vatbaar voor overdracht of overgang, noch kunnen daarop beperkte rechten worden gevestigd.

Einde van het lidmaatschap.

Artikel 6.

  1. Het lidmaatschap eindigt:
  2. door de dood van het lid. Is een rechtspersoon lid van de vereniging, dan eindigt zijn lidmaatschap wanneer hij ophoudt te bestaan, óók als dit ophouden te bestaan het gevolg is van fusie of splitsing;
  3. door opzegging door het lid;
  4. door opzegging door de vereniging;
  5. door ontzetting.
  6. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van een kalendermaand, uitsluitend schriftelijk en met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken.
    Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende kalendermaand.
  7. In afwijking van het bepaalde in het voorgaande lid is onmiddellijke beëindiging door een lid van zijn lidmaatschap door opzegging -mits schriftelijk gedaan- mogelijk, indien redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
    Voorts kan een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen -mits schriftelijk- binnen een maand nadat hem een besluit is bekend geworden of is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
  8. Een lid kan zijn lidmaatschap niet met onmiddellijke ingang opzeggen, en aldus een desbetreffend besluit te zijnen aanzien buiten toepassing stellen, nadat hem een besluit tot verzwaring van zijn geldelijke verplichtingen of van andere verplichtingen die hem blijkens of krachtens deze statuten kunnen worden opgelegd of waarbij de hem bij of krachtens de statuten toegekende rechten zijn verzwaard, is medegedeeld of bekend geworden.
  9. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging kan eveneens slechts geschieden tegen het einde van een kalendermaand. De opzegging geschiedt door het bestuur, schriftelijk en met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken.
    Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging kan slechts plaatsvinden in de in de wet bepaalde gevallen. Het bepaalde in lid 2, laatste zin en lid 3, eerste zin van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.
  10. a. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of nalaat, zoals onder meer in het geval van de ondanks betalingsherinnering niet of niet-tijdige betaling door het lid van zijn jaarlijkse bijdrage, of wanneer een lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  11. De ontzetting geschiedt door het bestuur, dat het betrokken lid ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met opgave van redenen, in kennis stelt. De betrokkene is bevoegd binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
    Het bepaalde in artikel 4 lid 4 is van overeenkomstige toepassing.
  12. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een kalendermaand eindigt, blijft desniettemin de maandelijkse bijdrage voor de gehele maand door het lid verschuldigd.
Schorsing.

Artikel 7.

  1. Het bestuur kan een lid dat handelt of nalaat in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt, schorsen voor een periode van ten hoogste drie maanden en kan deze schorsing één maal met ten hoogste drie maanden verlengen.
    Het bestuur stelt het betrokken lid ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met opgave van redenen, in kennis.
    De betrokkene is bevoegd binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering.
    Het bepaalde in artikel 4 lid 4 is van overeenkomstige toepassing.
  2. Ingeval een geschorst lid deel uitmaakt van een orgaan van de vereniging brengt zijn schorsing tevens met zich schorsing in zijn functie in dat orgaan.
Donateurs.

Artikel 8.

  1. Donateurs zijn zij die door het bestuur als zodanig tot de vereniging zijn toegelaten en die een eenmalige dan wel periodieke bijdrage aan de vereniging voldoen, waarvan het beloop door het bestuur wordt vastgesteld en kan worden gewijzigd.
    Het bestuur kan de bijdragen van donateurs op verschillende bedragen vaststellen per door het bestuur vast te stellen categorie van donateurs.
  2. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het donateurschap door schriftelijke opzegging te doen eindigen.
  3. Het bestuur kan aan donateurs rechten toekennen.
Geldmiddelen.

Artikel 9.

De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de leden, de bijdragen van de donateurs, eventuele entreegelden, subsidies, erfstellingen, legaten, schenkingen en andere inkomsten.

Verplichtingen van de leden.

Artikel 10.

  1. Ieder gewoon lid is een jaarlijkse bijdrage aan de vereniging verschuldigd, waarvan het bedrag op voorstel van het bestuur wordt vastgesteld door de algemene vergadering. Behoudens het geval dat de algemene vergadering uitdrukkelijk bepaalt dat ook de ereleden vorengemelde bijdrageplicht hebben, zijn zij daarvan vrijgesteld.
  2. De algemene vergadering kan op voorstel van het bestuur bepalen dat nieuwe gewone leden een entreegeld verschuldigd zijn. Indien de algemene vergadering zodanig besluit neemt, stelt zij, op voorstel van het bestuur, tevens het bedrag van het entreegeld vast.
  3. Verdere verplichtingen, mits ter bevordering van het doel van de vereniging, kunnen aan de leden worden opgelegd bij reglement en bij besluit van het ter zake bevoegde orgaan.
Bestuur; samenstelling.

Artikel 11.

  1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven meerderjarige personen. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie benoemd.
  2. De bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd uit de leden van de vereniging. Indien zich uit de leden geen of onvoldoende geschikte kandidaten aandienen, kunnen ook wettelijk vertegenwoordigers van jeugdleden tot bestuursleden worden benoemd.
    De algemene vergadering stelt tevens het aantal bestuurders vast.
  3. Bestuurders kunnen te allen tijde door de algemene vergadering worden geschorst en ontslagen. Terzake van schorsing of ontslag besluit de algemene vergadering met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  4. Indien ingeval van schorsing van een bestuurder de algemene vergadering niet binnen drie maanden daarna tot zijn ontslag heeft besloten, eindigt de schorsing.
    De geschorste bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarin door een raadsman doen bijstaan.
  5. Bestuurders worden benoemd voor een periode van ten hoogste zes jaar. Onder een jaar wordt te dezen verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse algemene vergaderingen.
    De bestuurders treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar.
    In bestaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
  1. Een niet voltallig bestuur blijft bestuursbevoegd.
Bestuur, taken en bevoegdheden.

Artikel 12.

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging.
    Elke bestuurder is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur is, behoudens het in lid 4 van dit artikel bepaalde, mede bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
    Terzake besluit het bestuur met een meerderheid van ten minste twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
  4. Het bestuur behoeft de goedkeuring van de algemene vergadering voor het aangaan van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
  5. Het niet voldaan zijn aan enig vereiste gesteld in de twee voorgaande leden van dit artikel tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of van bestuurders niet aan.
Bestuur; vertegenwoordiging.

Artikel 13.

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging.
  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan de voorzitter handelend tezamen met de secretaris of de penningmeester, alsook aan de secretaris handelend tezamen met de penningmeester.
  3. Het bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan één of meer bestuurders, alsook aan anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Bestuur; werkwijze.

Artikel 14.

  1. De voorzitter alsmede ten minste twee van de overige bestuurders gezamenlijk zijn gelijkelijk bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
  2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt door de in het voorgaande lid bedoelde personen, dan wel namens dezen door de secretaris, schriftelijk, met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van de te behandelen onderwerpen.
  3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden ter plaatse te bepalen door degeen die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen.
  4. Indien werd gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige bestuurders vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen besluitvorming te verzetten.
  5. Een bestuurder kan zich door een andere bestuurder ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen.
    Een bestuurder kan slechts één medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen.
  1. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem.
    Voorzover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden alle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
    Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot.
    Indien bij verkiezing tussen meer dan twee personen door niemand een volstrekte meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee personen, die het grootste aantal stemmen kregen, zonodig na tussenstemming.
  1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer bestuurders dit verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden.
  3. Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend.
    Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  1. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de secretaris of door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon.
    De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris van die vergadering ondertekend.
  1. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte dan wel vereiste grotere meerderheid van het aantal bestuurders zich vóór het voorstel heeft verklaard.
    Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.
  1. Het bestuur kan een reglement vaststellen waarin het zijn werkwijze nader regelt.
Algemene vergadering; bijeenroeping.

Artikel 15.

  1. De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur zo dikwijls het dit wenselijk oordeelt.
  2. Op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één tiende gedeelte van de stemmen in een voltallige algemene vergadering, is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken.
    Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot de bijeenroeping van de algemene vergadering overgaan.
  3. De bijeenroeping der algemene vergadering geschiedt door schriftelijke mededeling aan de leden op een termijn van ten minste zeven dagen.
    Indien evenwel de bijeenroeping geschiedt op de voet van de laatste zin van het voorgaande lid, kan de bijeenroeping plaatsvinden door middel van een advertentie in een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veelgelezen nieuwsblad.
    Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.
    Geschiedt de oproeping door middel van een advertentie, dan kan worden volstaan met het aangeven van de plaats of plaatsen alwaar de vergadergerechtigden kennis kunnen nemen van de te behandelen onderwerpen.
  4. Indien geen bijeenroeping van de algemene vergadering plaatsvond overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande lid, kan de algemene vergadering niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits ten minste een zodanig aantal stemgerechtigden ter vergadering aanwezig is als is gerechtigd tot het uitbrengen van de helft van het aantal stemmen dat in een voltallige vergadering kan worden uitgebracht en geen van hen, noch het bestuur, zich tegen besluitvorming verzet.
    Indien bijeenroeping van de algemene vergadering geschiedde op kortere dan de voorgeschreven termijn, kan de algemene vergadering niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, tenzij een zodanig aantal der aanwezigen als gerechtigd is tot het uitbrengen in die vergadering van ten minste één tiende gedeelte der stemmen zich daartegen verzet.
    Het bepaalde in de eerste zin van dit lid is van overeenkomstige toepassing op besluitvorming door de algemene vergadering inzake onderwerpen die niet op de agenda werden vermeld.
Algemene vergadering, toegang, stemrecht.

Artikel 16.

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben de leden die niet geschorst zijn, de wettelijk vertegenwoordigers van de jeugdleden, de personen die deel uitmaken van de organen van de vereniging, alsmede degenen, die daartoe door het bestuur en/of de algemene vergadering zijn uitgenodigd.
  2. Een geschorst lid heeft toegang tot de algemene vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
  3. Stemgerechtigd in de algemene vergadering zijn de leden alsmede de wettelijk vertegenwoordigers van de jeugdleden.
    Ieder van hen heeft één stem. Per jeugdlid komt het stemrecht aan slechts één wettelijke vertegenwoordiger toe. Ieder die stemgerechtigd is, kan aan een andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn stem.
    Een stemgerechtigde kan voor niet meer dan twee leden als gevolmachtigde optreden.
    Per jeugdlid heeft één wettelijke vertegenwoordiger van dat jeugdlid één stem mits deze vertegenwoordiger ouder is dan achttien jaar. Een wettelijke vertegenwoordiger heeft slechts één stem ook als hij meerdere jeugdleden vertegenwoordigd.
  1. Een eenstemmig besluit van al degenen, die in de algemene vergadering stemgerechtigd zijn, ook al zijn zij niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
Algemene vergadering; werkwijze.

Artikel 17.

  1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, door een door het bestuur, al dan niet uit zijn midden, aan te wijzen persoon. Zijn geen bestuurders aanwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  2. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de algemene vergadering worden gehouden.
  3. Alle besluiten waaromtrent bij de wet of bij deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot.
    Indien bij verkiezing tussen meer dan twee personen door niemand een volstrekte meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee personen, op wie het grootste aantal stemmen werd uitgebracht, zo nodig na tussenstemming.
  4. Het door de voorzitter ter algemene vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  5. Van het ter algemene vergadering verhandelde worden notulen gehouden door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen persoon.
    Deze notulen worden in dezelfde of in een volgende algemene vergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering ondertekend.
Algemene vergadering; boekjaar, jaarvergadering, kascommissie.

Artikel 18.

  1. Het boekjaar van de vereniging is het kalenderjaar.
  2. Jaarlijks wordt ten minste één algemene vergadering, de jaarvergadering, gehouden en wel binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering.
  3. In de jaarvergadering brengt het bestuur zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het bestuur legt in de jaarvergadering de balans en een staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over.
    Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
  4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks een kascommissie, tot taak hebbend het onderzoek van de stukken bedoeld in lid 3 van dit artikel. De kascommissie bestaat uit ten minste twee leden die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
    Het bestuur doet de stukken ten minste één maand voor de dag, waarop de algemene vergadering zal worden gehouden waarin deze zullen worden behandeld, toekomen aan de commissie. De commissie onderzoekt deze stukken en brengt aan de algemene vergadering verslag uit van haar bevindingen.
    Het bestuur is verplicht aan de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage in de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
  5. De algemene vergadering kan aan een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 Boek 2 opdracht verlenen tot onderzoek van de balans en de staat van baten en lasten.
    Indien een accountant is benoemd brengt hij aan het bestuur verslag uit omtrent zijn onderzoek. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring. Deze verklaring wordt door het bestuur aan de algemene vergadering overgelegd.
  6. Ingeval de algemene vergadering van de bevoegdheid haar bij het vorige lid gegeven gebruik maakt, kan zij tevens bepalen dat geen kascommissie zal worden benoemd.
Statutenwijziging.

Artikel 19.

  1. Wijziging van de statuten kan slechts plaatshebben door een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen vóór de dag der vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na de afloop van de dag, waarop de vergadering werd gehouden.
  3. Tot wijziging van de statuten kan door de algemene vergadering slechts worden besloten met een meerderheid van ten minste twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
  4. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
    Het bestuur alsmede tot vertegenwoordiging van de vereniging bevoegde bestuurders zijn tevens bevoegd de akte van statutenwijziging te doen verlijden.
    De algemene vergadering kan daartoe tevens andere personen machtigen.
  5. Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing, indien ter algemene vergadering alle stemgerechtigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.
  6. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging en een volledig doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na de wijziging luiden, neer te leggen ten kantore van het handelsregister.
Reglementen.

Artikel 20.

  1. De algemene vergadering kan, behoudens het bepaalde in artikel 14 lid 12, een of meer reglementen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin deze statuten niet of niet volledig voorzien, vaststellen en wijzigen.
  2. Een reglement mag geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met deze statuten.
  3. Op de besluiten tot vaststelling en tot wijziging van een reglement is het bepaalde in artikel 19 leden 1, 2 en 5 van overeenkomstige toepassing.
Ontbinding en vereffening.

Artikel 21.

  1. Het bepaalde in het artikel 19 leden 1, 2, 3 en 5 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van de algemene vergadering tot ontbinding van de vereniging.
  2. De algemene vergadering stelt bij haar in het vorige lid bedoelde besluit de bestemming vast van het batig saldo, en wel zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de vereniging.
  3. De vereffening geschiedt door de bestuurders.
    Blijkt aan hen dat de schulden van de vereniging de baten vermoedelijk zullen overtreffen dan doen zij aangifte tot faillietverklaring, tenzij alle bekende schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.
  4. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
    Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voorzoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
  5. De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen van het ophouden te bestaan van de vereniging opgave aan de registers waar de vereniging is ingeschreven.
  6. De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten worden bewaard gedurende zeven jaren na afloop van de vereffening. Bewaarder is degene die door de vereffenaars als zodanig wordt aangewezen.
    Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de bewaarder zijn naam en adres opgeven aan de registers waarin de vereniging was ingeschreven.

Huishoudelijk Reglement

van Judovereniging Kai.
Vastgesteld in de algemene ledenvergadering 21 februari 2014

Bestuur. Artikel 1.
Artikel 2.
Artikel 3.
Artikel 4.
Bestuursverkiezing. Artikel 5.
Artikel 6.
Artikel 7.
Commissies. Artikel 8.
Kascommissie. Artikel 9.
Trainer. Artikel 10.
Geldmiddelen. Artikel 11.
Contributie. Artikel 12.
Contributieverzuim. Artikel 13.
Gedrag en Hygiëne. Artikel 14.
Schorsing. Artikel 15.
Algemeen. Artikel 16.
Wijziging huishoudelijk reglement. Artikel 17.
Slotbepaling
Bestuur. Artikel 1.
  1. Het bestuur bestaat uit een voorzitter, een secretaris, een penningmeester, die tezamen het dagelijks bestuur vormen, en maximaal 4 commissarissen.
  2. De bestuursleden worden in functie gekozen.
  3. De voorzitter van het bestuur of diens plaatsvervanger
    1. leidt de algemene ledenvergadering van de vereniging.
    2. heeft het recht bij door hem te bepalen onderwerpen, de spreektijd per lid te bespreken.
    3. heeft het recht discussies te sluiten wanneer hij meent dat de vergadering over het onderwerp voldoende is ingelicht, maar is echter wel verplicht, meerdere besprekingen toe te laten, indien de meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden zulks vordert.
  4. De secretaris is verantwoordelijk voor de verzorging van de correspondentie, het notuleren van de algemene ledenvergadering en de vergaderingen van het bestuur alsmede het uitbrengen van het jaarverslag.
  5. De penningmeester is verantwoordelijk voor het beheer van de geldmiddelen van de vereniging. Voorts verzorgt hij de financiële verslaggeving (balans, staat van baten en lasten) en de begroting van de vereniging.
  6. Het dagelijks bestuur is, onder verantwoording van het bestuur, belast met de dagelijkse gang van zaken.
  7. Het dagelijks bestuur brengt in de eerstvolgende vergadering van het bestuur verslag van zijn werkzaamheden uit.
Artikel 2.

De voorzitter roept, telkens wanneer hij dat nodig acht, het bestuur in vergadering bijeen. Hij is verplicht dat te doen:

  1. ten minste een maal per jaar,
  2. indien twee bestuursleden hiertoe de wens te kennen geven.
Artikel 3.

In een bestuursvergadering kunnen slechts bindende besluiten worden genomen, indien de bestuursleden hiervoor op redelijke wijze zijn bijeengeroepen en ten minste de helft van het aantal bestuursleden ter vergadering aanwezig is.

Artikel 4.

Indien in een vergadering van het bestuur de stemmen staken, beslist de voorzitter.

Bestuursverkiezing. Artikel 5.
  1. In de even jaren treden de voorzitter, de penningmeester en een of meer commissarissen af. In de oneven jaren de secretaris en de overige commissarissen.
  2. Een tussentijds gekozen bestuurslid neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger.
  3. De kandidatuur voor een bestuursfunctie is slechts geldig, indien voor de aanvang van de vergadering een schriftelijke verklaring van de kandidaat aanwezig is, waarin verklaard wordt een eventuele benoeming te aanvaarden.
Artikel 6.

Het bestuur is verplicht een algemene ledenvergadering te beleggen, indien ten minste 10 stemgerechtigde leden de secretaris hierom schriftelijk verzoeken, onder vermelding van de punten, welke zij wensen behandeld te zien. Deze vergadering moet dan binnen drie weken plaatsvinden, te rekenen vanaf de datum, waarop het verzoek door het bestuur is ontvangen.

Artikel 7.

Het bestuur is gerechtigd een algemene ledenvergadering bijeen te roepen, wanneer naar zijn oordeel, het belang van de vereniging dit vordert.

Commissies. Artikel 8.
  1. Het bestuur is bevoegd zich, onder zijn verantwoordelijkheid, in de uitoefening van zijn taak te doen bijstaan door commissies.
  2. De commissie ontvangt bij haar installatie een taakomschrijving.
  3. De leden van een commissie worden door het bestuur voor een verenigingsjaar benoemd. Zij benoemen uit hun midden een voorzitter, die onder meer voor een goede en periodieke rapportage aan het bestuur verantwoordelijk is.
  4. Het bestuur is gerechtigd tussentijds de taakomschrijving te wijzigen en/of de commissieleden van hun taak te ontheffen, dan wel te vervangen.
Kascommissie. Artikel 9.
  1. Op de algemene ledenvergadering wordt ten minste één lid in de kas­commissie benoemd, welke bestaat uit twee stemgerechtigde leden, die geen bestuursfunctie binnen de vereniging mogen bekleden.
  2. De leden van de kascommissie mogen niet langer dan drie jaren zitting hebben, treden volgens een bij te houden rooster af en zijn gedurende de eerstkomende drie jaren als zodanig niet benoembaar.
  3. De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur betreffende de 2e  kas (zie artikel 17) en brengt aan de jaarlijkse algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.
Trainer. Artikel 10.
  1. De trainer(s) ziet/zien erop toe dat de aan de lessen deelnemende personen lid zijn van de vereniging.
  2. De trainer(s) controleert/controleren de ledenadministratie.
  3. De trainer(s) is/zijn verantwoordelijk voor de indeling en invulling van de lessen.
  4. De trainer(s) krijgt/krijgen voor zijn/hun werkzaamheden een door het bestuur vastgestelde maandelijkse vergoeding.
Geldmiddelen. Artikel 11.
  1. De penningmeester is verantwoordelijk voor het beheer van de geldmiddelen.
  2. De vereniging ontvangt contributie van haar leden om haar uitgaven te bestrijden.
  3. De door de algemene ledenvergadering goedgekeurde begroting dient als basis voor de uitgaven, resp. ontvangsten van de vereniging.
Contributie. Artikel 12.
  1. De contributie van de vereniging wordt maandelijks geïnd door het bestuur of een door het bestuur aangewezen persoon.
  2. De contributie van de Judobond Nederland dient door het lid zelf te worden betaald. Het lidmaatschap van de Judobond Nederland wordt door de vereniging geregeld. Leden zijn verplicht lid te worden van de judobond.
Contributieverzuim. Artikel 13.
  1. Indien een lid verzuimd zijn contributie binnen de door het bestuur vastgestelde termijn te betalen wordt een lid de gelegenheid geboden binnen een maand de achterstallige contributie alsnog te voldoen.
  2. Het bestuur is gerechtigd in geval van contributieverzuim administratiekosten in rekening te brengen. De hoogte van dit bedrag wordt door het bestuur vastgesteld.
  3. Indien een lid niet binnen een maand na contributieverzuim zijn achterstallige contributie heeft betaald volgt een schorsing tot het volledige openstaande contributiebedrag is betaald met een maximum van drie maanden.
  4. Indien een lid niet binnen drie maanden na schorsing tot een volledige betaling van de openstaande contributiesaldi is overgegaan, vindt onmiddellijke ontbinding van het lidmaatschap plaats.
Gedrag en Hygiëne. Artikel 14.
  1. Iedereen heeft respect voor elkaar. Judoka’s gedragen zich niet alleen op de judomat hiernaar, maar ook daarbuiten. Dit betekent niet alleen aardig zijn voor elkaar, maar ook accepteren dat  iedereen anders  is, in uiterlijk, in gedrag en in achtergrond.
  2. Van de leerlingen wordt verwacht dat zij tijdens de les geconcentreerd zijn. Dit zowel uit respect voor de trainer, als om blessures en ongelukken te voorkomen. Tijdens de uitleg in de les mag de leerling op knieën of billen (kleermakerszit) gaan zitten of (stil) blijven staan. Op de buik/rug liggen of op de ellebogen hangen mag bij voorbaat niet. Hou tijdens de uitleg je handen op stil op je benen.
  3. De judoka’s vallen tijdens het lesuur onder de verantwoordelijkheid van de trainer. Ouders laten het beschermen van het eigen kind, het corrigeren van fouten tijdens het  trainen/oefenen, maar ook het vermanen bij het doen van iets dat niet mag over aan de  In geen geval mogen de ouders de tatami (judomat) betreden.
  4. Spreek de trainer na de les of voor de volgende les op aan of maak een afspraak, als er zaken gebeuren waar u het niet mee eens bent. Doe dit nooit tijdens de les, dit verstoort niet alleen de les, maar is ook niet altijd leuk voor het kind zelf. Naast de trainer kunnen ook bestuursleden aangesproken worden.
  5. Veiligheid en hygiëne zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de vereniging, de trainer, de ouders en de judoka’s zelf. Voor de volgende punten zijn de judoka’s (en hun ouders) zelf verantwoordelijk:
    1. Altijd met schone handen en voeten op de mat komen. Natuurlijk is deze regel van toepassing op het hele lichaam, maar handen en voeten zijn wel het
    2. Schmink en uitwasbare haarverf zijn niet toegestaan. Dit geeft af op judopakken.
    3. Zorg ervoor dat je fris ruikt.
    4. Zorg voor kort geknipte nagels. Lange nagels zijn niet toegestaan.
    5. Alle sieraden (zoals horloge, ketting, ringen, oorbellen en piercings) moeten af, ook oorknoppen waarvoor net gaatjes zijn geprikt.
    6. Geen hoofddoeken, petjes of andere lichaamsbedekkingen waarachter men kan blijven haken.
    7. Geen kralen in het haar of metalen of andere harde haarspelden. Indien je lang haar hebt, zorg dan dat je haar met een haarband of in een staart/vlecht vastgezet wordt. Gebruik hiervoor alleen materiaal zonder metalen stripjes of ander hard spul.
    8. Draag altijd een schoon pak zonder scheuren.
    9. Trek het judopak pas aan in de kleedkamer. Dit ivm de kans op vervuiling van het judopak buiten de judozaal.
    10. Altijd slippers/sokken aan, van en naar de mat, anders wordt het vuil van de vloer op de mat gebracht. Het is verboden om op blote voeten naar de mat te komen of van de mat af te gaan.
    11. Tijdens de trainingsuren wordt niet gedronken.
    12. Open wondjes moeten worden afgeplakt met een pleister.
    13. Meisjes moeten een T-shirt of hemd dragen onder de judogi (judojas), jongens mogen dit niet. Dit T-shirt moet wit zijn en zonder  plaatjes of afbeelding  op de voorkant.
  6. Ga voor de les naar het toilet. Tijdens de les naar het toilet gaan is alleen toegestaan als dat medisch noodzakelijk is.
  7. Judopakken zijn bij voorkeur wit. Naast witte pakken zijn ook blauwe pakken toegestaan. Zorg ervoor dat het pak de juiste maat heeft. Het clubembleem dient evenals de slippen op de band rondom vastgenaaid te zijn. Zorg ervoor dat een wit pak goed wit is en niet grijs. Zorg ervoor dat een pak er netjes uit ziet en niet verfrommeld.
Schorsing. Artikel 15.
  1. Bij een schorsing wordt een lid uitgesloten van deelname aan alle verenigingsactiviteiten. Het lid blijft wel de verplichte maandelijkse bijdrage aan de vereniging verschuldigd.
  2. De algemene ledenvergadering kan na de betrokkene gelegenheid tot verweer te hebben gegeven een definitieve strafmaatregel treffen en, indien van toepassing, de tijdsduur van de schorsing vaststellen, dan wel tot ontbinding van het lidmaatschap besluiten.
Algemeen. Artikel 16.

In die gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur onder verantwoording aan de eerstkomende algemene ledenvergadering.

Wijziging huishoudelijk reglement. Artikel 17.
  1. Wijzigingen in dit reglement dienen te worden goedgekeurd door een algemene ledenvergadering, mits de voorstellen hiertoe ten minste drie weken voor de vergadering ter kennis van de leden zijn gebracht.
  2. De in lid 1 genoemde wijzigingen kunnen slechts worden aangebracht, indien ten minste 51% van het aantal stemgerechtigde leden, dat ter vergadering aanwezig is, zich hiervoor uitspreekt.
Slotbepaling

Ieder lid wordt geacht bekend te zijn met, en zich, door toetreding tot het lidmaatschap van de vereniging te onderwerpen aan de bepalingen van de statuten, het huishoudelijk reglement en alle andere bepalingen die voor de vereniging bindend zijn (worden) verklaard.

Beleidsplan

In dit document hebben als bestuur van Judovereniging Kai vastgelegd welke doelstellingen wij als Judovereniging Kai hebben en ons stellen. Dit beleidsplan vormt de richtlijn van het beleid van de vereniging waarmee we onze huidige sterke punten en toekomstige doelen zoveel mogelijk willen verankeren in een concreet en praktisch uitvoerbaar beleid.

Dit plan is voortgekomen uit discussies in het bestuur, onder de leraren en in de Algemene Ledenvergadering. Gezamenlijk zijn we akkoord gegaan met het voorliggende beleidsplan.

1. Missie
2. Huidige situatie
3. Interne analyse
4. Externe analyse
5. Visie 2016-2020
6. Strategisch beleid
7. Beleidsthema’s en doelstellingen
8. Planning 2016
9. Structuur Vereniging
1. Missie

Statutair heeft de vereniging het doel de beoefening van de judosport te (doen) bevorderen. Judovereniging Kai is een vereniging waar iedereen, van jong tot oud, meisjes en jongens, wedstrijd- en recreatieve judoka’s een leven lang met veel plezier hun eigen judotalenten en judo-ambities kunnen waarmaken. Daarnaast ontplooit de vereniging activiteiten en toernooien voor eigen judoka’s en judoka’s vanuit de regio ter verdieping en verdere ontplooiing van de judosport.

2. Huidige situatie

Judovereniging Kai is in 1963 ontstaan uit de personeelssportvereniging van olieraffinaderij Shell Pernis. In de beginjaren werd de vereniging financieel ongelimiteerd ondersteund door het moederbedrijf Shell. Sinds 2004 is de vereniging zelfstandig verder gegaan en daarmee opengesteld voor leden die geen band hebben met de oorspronkelijke personeelsvereniging. In de jaren na deze verzelfstandiging is de vereniging uitgegroeid tot een volwaardige zelfstandige club.

Op dit moment heeft de vereniging wel enkele problemen. Doordat in de begintijd van de vereniging zij financieel werd gesteund door een groot bedrijf is er nooit een gedegen (financieel) beleidsplan opgesteld. Begrotingen werden nooit gemaakt omdat deze onnodig werden geacht. Het beleid was zeer ad-hoc en vaak financieel risicovol. Deze achtergrond houdt tot op de dag van vandaag stand.

Middels dit beleidsplan wil het bestuur dit tij keren. We willen via dit document de komende jaren werken naar een gezonde en goed draaiende vereniging waar leden zich ‘thuis’ voelen.

3. Interne analyse

Als we Judovereniging Kai intern analyseren waar onze sterke en zwakke punten liggen, dan ziet dat er als volgt uit:

3.1 Sterke punten:

  • Een voor iedereen toegankelijk vereniging door betaalbare contributie.
  • Geen extra kosten voor judoka’s die vaker willen trainen.
  • Geen extra kosten voor examens.
  • Interessant vakantieprogramma waar zelfs niet-leden met enthousiasme aan deelnemen (zonder kosten).
  • Selectietraining voor de judoka’s die verdieping van de lesstof verdienen
  • Interessant lerarenprogramma voor seniorenjudo met veel hogeredanhouders.
  • Gezellige (familiaire) vereniging met veel activiteiten ook buiten het judo.
  • Gekwalificeerde leraren en dojo-assistenten die een sterke binding hebben met de vereniging.
  • Een bereidwillig bestuur.

3.2 Zwakke punten

  • Slechte staat van de tatami.
  • Groot ledenverlies bij de judoka’s van 6 t/m 12 jaar (reden onbekend).
  • Op enkele dagen te grote groepen waardoor judoka’s niet voldoende aandacht krijgen.
  • Slechte financiële achtergrond.
  • Communicatie uitsluitend via internet.
  • Bestuur is veel bezig met doen en reageren op, in plaats van denken op lange termijn.
4. Externe analyse

De komende jaren ziet het bestuur de volgende kansen en bedreigingen:

4.1 Kansen

  • Nieuwe en grotere tatami.
  • Eigen accommodatie of vaste dojo.
  • Het opzetten van een schooljudoprogramma middels een aanvraag bij SportImpuls.
  • Het opzetten van een groep voor G-judo.
  • De PR vergoten middels lokale media en commerciële partners.

4.1 Bedreigingen

  • Concurrentie van andere sportverenigingen.
  • Verlies van financiële stabiliteit als gevolg van ledenverlies en/of huurverhoging van de sportruimtes.
5. Visie 2016-2020

De komende jaren wil Judovereniging Kai zich gaan verbeteren op kwaliteit. Door kwaliteit boven kwantiteit te stellen kun je ook groei bewerkstelligen en ledenverlies beperken. We willen ondersteuning bieden aan ouders die lidmaatschap van een vereniging niet kunnen betalen. We willen een laagdrempelige judovereniging zijn die centraal in de stad gelegen is.

In hoofdlijnen hebben we de volgende doelen opgesteld. Daaronder hebben we nog enkele secundaire doelen benoemd.

5.1 Hoofddoelen

In 2017 willen we een nieuwe tatami hebben aangeschaft waarop voldoende ruimte is voor alle judoka’s tijdens de trainingen en diverse activiteiten kunnen worden georganiseerd voor de vereniging, de regio en de judobond.

In 2018 willen we een continuerend schooljudoprogramma in Vlaardingen hebben draaien op minimaal 10 scholen per jaar. Dit programma wordt ondersteund door een subsidie uit SportImpuls.

In 2019 willen we een G-judo groep implementeren in de vereniging. Hiervoor willen we een goede kick-off organiseren met gedegen aandacht in de lokale media.

In 2020 willen we een eigen accommodatie hebben of een vaste dojo op de huidige locatie waarvan de judovereniging de hoofdgebruiker is.

5.2 Secundaire doelen

  • Een verbeterde financiële achtergrond door het jaarlijks opstellen van een goede begroting.
  • We staan minimaal één keer per maand genoemd in de lokale media.
  • Het vergroten en verder opleiden van het kader binnen de vereniging.
  • Een goede samenwerking met lokale partners zoals het Fonds, Stichting Vaardingen in Beweging en de Vlaardingse Judo Vrienden.
  • Een goede samenwerking met andere budosportverenigingen in Vlaardingen.
6. Strategisch beleid

Om de bovenstaande doelstellingen te bereiken hebben we de hoofddoelstellingen geanalyseerd op kansen en bedreigingen. We hebben daarop meerdere mogelijke oplossingen aangedragen.

6.1 Nieuwe Tatami

Om in 2016 een nieuwe tatami aan te schaffen ontbreken op dit moment nog de financiële middelen. Mogelijke oplossingen hiervoor zijn:

  • Het Fonds Schiedam/Vlaardingen
  • Samenwerking met de medegebruiker MMA Vlaardingen
  • Extra inkomsten voor de club genereren
  • Crowdfunding
  • Sponsering van lokale bedrijven

6.2 Schooljudoprogramma

Om in 2017 een continuerend schooljudoprogramma te hebben draaien ontbreekt op dit moment nog de samenwerking met en lidmaatschap van de organisatie die verantwoordelijk is voor het schoolsportprogramma in Vlaardingen (Vlaardingen in Beweging) en de financiële onderbouwing vanuit de vereniging voor het draaiend houden van een dergelijk programma. Eventueel is het mogelijk om zelfstandig, zonder samenwerking met ViB een schooljudoprogramma op te zetten.

Mogelijke oplossingen voor deze problemen en bedreigingen zijn:

  • Een subsidie aanvraag bij SportImpuls
  • Een samenwerking met ViB of Schooljudo.nl
  • Directe benadering van scholen
  • Bijdrage vragen aan de deelnemende scholen

6.3 G-Judo

Om in 2018 G-Judo te kunnen aanbieden hebben we een geschikte en gediplomeerde judoleraar nodig die dergelijke lessen kan aanbieden. Daarnaast is het noodzakelijk om de doelgroep direct te benaderen om een goede start te kunnen maken met een groep van ongeveer 10 judoka’s.

Hiervoor zijn de volgende kansen gevonden:

  • Opleiding voor een van de judoleraren binnen de club
  • Externe gediplomeerde leraar aantrekken
  • Benadering van scholen in het speciaal onderwijs en wijkteams
  • Benadering van opvanglocaties en dagbesteding
  • Promotie in de lokale media

6.4 Eigen accommodatie

Om een eigenaccommodatie te bewerkstelligen in 2019 zijn enkele bedreigingen te vinden. De financiële situatie moet worden versterkt. Het ledental zal moeten worden vergroot tot een stabiel aantal van minimaal 250 leden. Daarnaast kunnen samenwerkingsverbanden gezocht worden om verhuur van de accommodatie te bewerkstelligen.

Om financieel draagvlak te creëren moet:

  • Financiële middelen worden vrijgemaakt in de begroting van de komende jaren.
  • Subsidie worden aangevraagd bij Gemeente en Fonds
  • Gezocht worden naar sponseren en partners

Daarnaast moet er:

  • Een geschikte locatie gezocht worden
  • Samenwerking met de uitbater van de huidige locatie worden bekeken
  • De gemeente benaderen voor een eventuele locatie
  • Een onderzoek worden gedaan naar nieuwbouw dan wel renovatie van een huidige locatie

6.5 Secundaire doelen

Veel secundaire doelen kunnen worden bereikt door het realiseren van de hoofddoelen. Waar dit niet lukt hebben we hier nog enkele alternatieve oplossingen opgenoemd.

Om een goed financieel draagvlak te verkrijgen moet jaarlijks een goede begroting worden gemaakt waarin rekening wordt gehouden met mogelijke ledengroei en krimp, huurverhoging, reserveringen voor aankomende kosten. Waar nodig moet de contributie jaarlijks worden bijgesteld.

Om voldoende PR te krijgen in de lokale media moet jaarlijks een jaaragenda worden gemaakt waarin mogelijk persmomenten staan beschreven. Hierbij kan worden gedacht aan toernooien, stages, extra activiteiten en diploma-uitreikingen.

7. Beleidsthema’s en doelstellingen

Om het strategisch beleid te realiseren en gehoor te geven aan de sterkte / zwakte analyse hebben we vijf beleidsthema’s opgesteld waar we de komende jaren structureel invulling aan willen gaan geven.

  • Technisch beleid
  • Communicatie, PR en maatschappelijke betrokkenheid
  • Versterken eigen kader
  • Activiteiten
  • Eigen accommodatie

7.1 Technisch beleid

Wat is de huidige situatie?

  • De meeste judoka’s beginnen als ze 6 à 8 jaar jong zijn. Ze hebben twee drijfveren:
    • Het leren van judotechnieken
    • Het meedoen aan en winnen van wedstrijden.

Het examen vormt een belangrijk trainingsdoel. Er ligt een goede structuur onder de examen eisen voor slippen en kyu-graden.

  • Veel judoka’s stoppen als ze 12 à 15 jaar zijn. Daardoor is de groep van 12-18 jaar klein. Dit is een moeilijke leeftijd met veel veranderingen waardoor men vroegtijdig stopt. Ze komen in een andere levensfase met een nieuwe school, baantje en vriend(in).
  • Judoka’s die meedoen aan wedstrijden zijn gemotiveerder. Ze trainen veel en graag en pakken de technieken mee.
  • In de reguliere jeugdtrainingen loopt het niveau behoorlijk uiteen. De recreatieve judoka’s zijn gemengd met fanatieke wedstrijdjudoka’s. Wedstrijdjudoka’s haken af, omdat de training weinig uitdaging biedt of recreatieve judoka’s haken af, omdat het er te hard aan toe (kan) gaan.
  • De stap van de bruine band naar de 1e dan is erg groot.

Wat willen we bereiken? Doelstellingen:

  • Optimale grootte van de groepen (15-20 judoka’s), zodat er voldoende judoka’s zijn om mee te judoën, maar iedereen wel de juiste begeleiding kan krijgen.
  • Een judoleraar met een dojo-assistent of leraar in opleiding voor de groep.
  • Extra trainingsmomenten maken voor judoka’s vanaf gele band. De beginners en gevorderden zo veel mogelijk scheiden van elkaar.
  • Een homogene groep judoka’s vormen die samen traint voor de 1e Voor deze groep nieuwe uitdagingen creëren in de vorm van kata-trainingen.
  • Goede communicatie en uitwisseling tussen trainers en coaches.
  • Het opzetten van een g-judo groep.

Hoe gaan we dat bereiken? Actieplan:

  • Dojo assistenten aanstellen en opleiding stimuleren.
  • Wedstrijdondersteuning beter regelen, coaches opleiden.
  • Optimale groepsgrootte realiseren van 15-20 judoka’s.
  • De bruine banden mee laten trainen in de senioren les.
  • Trainingsrooster aanpassen, zodat gevorderden en beginners meer gescheiden worden en de grootte van de groepen teruggebracht kan worden naar de optimale doelstelling.
  • Aanschaf van nieuwe matten en aanstellen extra judoleraar zodat per lesuur twee groepen kunnen draaien.
  • Leraar opleiden voor een g-judo-programma.

Wat vraagt dit actieplan van de betrokkenen?

  • Bereidwilligheid van de dojo-assistenten en leraren tot het volgen van de opleiding(en).

Welke voorwaarden vraagt dit vanuit het bestuur?

  • Financiële middelen voor de opleiding van dojo-assistenten, leraren en coaches.
  • Werving van extra dojo-assistenten en leraar/leraren.

Welke risico’s zien we waardoor we onze doelstelling niet gaan halen?

  • Onvoldoende behoud of het vinden van goede leraren en dojo-assistenten.
  • Het afhaken van teveel bruine banden waardoor er voor die groep geen homogene structuur overblijft.
  • Het mislukken van de financiering van nieuwe matten.

7.2 Communicatie, PR en maatschappelijke betrokkenheid

Wat is de huidige situatie?

  • We worden sporadisch genoemd in de lokale media.
  • We hebben geen eigen reclamemetariaal zoals folders en visitekaartjes.
  • We hebben geen kleding voor de wedstrijdgroep.
  • We zijn geen lid van Vlaardingen in Beweging.
  • We hebben zeer beperkt contact met scholen.
  • We hebben geen sponsoren voor de club.
  • Er is te weinig communicatie binnen en buiten de vereniging. Communicatie van bestuur naar leden verloopt voornamelijk via website en de nieuwsbrief.

Wat willen we bereiken? Doelstellingen:

  • Lid worden van Vlaardingen in Beweging.
  • Mimimaal één keer per maand vermeld worden in de lokale media.
  • Het (laten) maken van reclamemateriaal.
  • Benaderen van scholen die niet bij ViB aangesloten zijn.
  • Minimaal 2 sponsoren vinden voor de club.
  • Clubkleding regelen voor de wedstrijdgroep.
  • Een centrale maatschappelijke rol spelen.
  • De leden (en hun ouders) moeten de club leren kennen. Wie is wie? Berichten, face-to-face communicatie, via mail, via Facebook, via de website vanuit het bestuur/trainers naar leden/ouders.

Hoe gaan we dat bereiken? Actieplan:

  • Inschrijven voor het schoolsportprogramma van ViB en de financiële ondersteuning hiervoor verkrijgen middels een aanvraag bij SportImpuls. Zelf aanschrijven van scholen die niet bij ViB zijn aangesloten.
  • Middels een jaarplanning van activiteiten maandelijks contact onderleggen met de lokale media: kranten, Vlaardingen24.nl en Omroep Vlaardingen.
  • Middels de leden benaderen van mogelijke sponsoren in de omgeving. Deze sponsoren een keuze aanbieden in mogelijke pakketten met daarin boarding in de dojo, vermelding op wedstrijdkleding, vermelding op website en reclame-uitingen.
  • Het deelnemen als club aan externe activiteiten die niet direct judo-gerelateerd zijn, maar wel aan de doelstellingen van judo refereren:
    • Jita-Kyoei (Maximale efficiëntie uit minimale inzet)
    • Seiryoku-Zenyo (Voorspoed en maatschappelijk welzijn)
  • Continuering van het contact tussen de trainer en zijn/haar groep. Ouders vinden het prettig om te horen hoe het gaat, om te horen of er wedstrijden zijn en waarom hun zoon/dochter wel of niet uitgenodigd wordt. Als ouders informatie krijgen, kunnen ze hun kind ook stimuleren.
  • Website actueel houden, vernieuwen, (nog) aantrekkelijker maken.

Welke voorwaarden vraagt dit vanuit het bestuur?

  • Het vaststellen van een budget voor reclame.
  • Aanschrijven van ViB en scholen.
  • Het vaststellen van een jaarplanning van activiteiten en mogelijke persmomenten.
  • Instellen van een PR-commissie.

Welke risico’s zien we waardoor we onze doelstelling niet gaan halen?

  • Een afwijzing van de subsidieaanvraag via SportImpuls.
  • Niet vinden van geschikte sponsoren.

 

7.3 Versterken eigen kader

Wat is de huidige situatie?

  • We hebben één gediplomeerde judoleraar A en één gediplomeerde dojo-assistent.
  • We hebben vijf ongediplomeerde dojo-assistenten.
  • We hebben geen leraar met diploma judo in de zorg.
  • We hebben binnen de club één gediplomeerde EHBO-er.
  • We hebben geen vertrouwenspersoon binnen de vereniging.

Wat willen we bereiken? Doelstellingen:

  • Het verkrijgen van een keurmerk bij de JBN.
  • De dojo-assistenten hebben een JBN-diploma dojo-assistent.
  • Eén gediplomeerde judoleraar A en één gediplomeerde judoleraar B.
  • Eén gediplomeerde leraar judo in de zorg.
  • Bij elke les, naast de judoleraar, een gediplomeerde EHBO-er.
  • Het aanstellen van een vertrouwenspersoon.

Welke voorwaarden vraagt dit vanuit het bestuur?

  • Het vaststellen van een budget voor opleidingen.
  • Het werven en selecteren van extra dojo-assistenten en leraren (die indien nodig bereid zijn de noodzakelijke opleidingen te volgen).

Welke risico’s zien we waardoor we onze doelstelling niet gaan halen?

  • Het ontbreken van bereidheid tot het volgen en voltooien van de noodzakelijke opleidingen.
  • Het niet vinden van geschikte vrijwilligers.

7.4 Activiteiten

Wat is de huidige situatie?

  • Een aangepast vakantieprogramma (ook voor niet leden).
  • Een interessante seniorenles met continue wisselende gastdocenten.
  • Een jaarlijks terugkerend toernooi op 2 januari (het oliebollentoernooi).
  • Schooljudo aan een middelbare school (Vlaardingse Openbare Scholengemeenschap).
  • Deelname aan de avondvierdaagse.
  • Zomerbarbecue voor de leden en ouders.
  • Kerstborrel voor de leden.

Wat willen we bereiken? Doelstellingen:

  • Een nog grotere deelname aan het vakantieprogramma.
  • Instaptoernooien organiseren in samenwerking met het district Zuid-Holland van de JBN.
  • Een schooljudoprogramma opzetten voor basisscholen in samenwerking met ViB of Schooljudo.nl en met ondersteuning van SportImpuls.
  • Een jaarlijks terugkerend judokamp voor de jeugd in de maanden mei of juni.
  • Betrekken van de judoka’s in de leeftijd 12 t/m 18 jaar bij de jeugdlessen en/of –activiteiten (middels maatschappelijke stages).
  • Een maandelijkse borrel voor (oud-)judoka’s die zelf niet meer actief kunnen judoën.
  • Deelnemen aan de Grote Club Actie.
  • Het deelnemen aan andere maatschappelijke activiteiten zoals:
    • De nacht van de nacht (thema duurzaamheid, Jita-Kyoei)
    • NL-Doet (thema maatschappelijke betrokkenheid, Seiryoku-Zenyo)
    • Enz…

Welke voorwaarden vraagt dit vanuit het bestuur?

  • Bereidwilligheid van het bestuur om de activiteiten te organiseren/faciliteren en hier budget voor vrij te maken.

Welke risico’s zien we waardoor we onze doelstelling niet gaan halen?

  • District is niet bereid om instaptoernooien bij onze club te organiseren.

7.5 Accommodatie

Wat is de huidige situatie?

  • We huren een gymzaal in sportcentrum Polderpoort en maken gebruik van de faciliteiten die dit sportcentrum biedt.
  • We hebben een verouderde losse mat die voorafgaand aan elke les moet worden neergelegd en die ook gebruikt wordt door andere gebruikers.
  • We hebben een beperkt aantal uren de beschikking over de zaal.

Wat willen we bereiken? Doelstellingen:

  • Een nieuwe judomat met voldoende oppervlak om de gewenste activiteiten en trainingen te organiseren.
  • Een eigen dojo met vaste judomat waar judovereniging Kai de hoofdgebruiker van is.
  • De gebouwcondities hebben geen invloed op de sportbeoefening van de judoka’s.
  • De accommodatie moet voorzien in een horecafunctie voor de ouders/verzorgers en de mogelijkheid om aan andere verdedigings/vechtsporten (aikido, taekwondo, thaiboksen, MMA) de dojo te verhuren in een onderling afgestemd rooster.

Hoe gaan we dat bereiken? Actieplan:

  • Er is nu nog te weinig info over de stand van zaken, wie de partijen zijn, hoe de financiële onderbouwing is etc. Hier moet onderzoek naar worden gedaan.
  • Het schrijven van een haalbaarheidsplan.
  • Groei realiseren in het ledental om een eigen dojo te bewerkstelligen.
  • Het vinden van financiële middelen en een geschikte locatie.
  • Uitwerking van het plan: huurcontracten, inrichten, communicatie, etc.

Welke voorwaarden vraagt dit vanuit het bestuur?

  • Onderzoek naar een haalbaarheidsplan om een eigen dojo te realiseren. Hier moet eventueel een zelfstandige commissie voor worden opgezet.

Welke risico’s zien we waardoor we onze doelstelling niet gaan halen?

  • De ledengroei wordt niet gerealiseerd.
  • Er is geen financieel draagvlak te vinden.
  • Er zijn geen geschikte locaties te vinden.
8. Planning 2016

Planning uitvoering Beleidsplan Judovereniging Kai

  • Definitief beleidsplan opstellen eind 2015. Daarna indienen bij de JBN voor de aanvraag van het keurmerk.
  • 2016: Technisch beleidsplan, Communicatie en PR, Activiteitenplan en Vrijwilligersbeleid opstellen, plannen en gaan uitvoeren. De continuïteit is belangrijk.
9. Structuur Vereniging

Huidige situatie

  • Het bestuur bestaat uit: de voorzitter, secretaris, penningmeester, ledenadministrateur en een vice-voorzitter.
  • Daarnaast zijn er geen extra commissies.

Gewenste situatie

  • Het bestuur van judovereniging Kai stelt de volgende commissies in:
    • Communicatie en PR
    • Accommodatie (eigen dojo)
    • Activiteiten
  • In die commissies zit minimaal één bestuurslid aangevuld met minimaal twee leden van buiten het bestuur.

Protocol ter voorkoming van pesten (Pestprotocol)

In dit document hebben wij als Judovereniging KAI vastgelegd hoe wij door gewenst gedrag te stimuleren pesten binnen de club trachten te voorkomen. Daarna zal behandeld worden hoe wij omgaan met situaties waarin dit toch gebeurt/dreigt te gebeuren. Tot slot zal uitgewerkt worden welke sancties mogelijk zijn als een situatie niet tot een oplossing komt.

1. Gewenste omgang bevorderen
2. Situaties van pestgedrag oplossen
3. Sancties
1. Gewenste omgang bevorderen

Het is erg belangrijk dat budoka’s zich veilig voelen in hun sportomgeving. Hier hoort bij dat zij zich niet gepest mogen voelen. Om het risico daarop zo klein mogelijk te maken hebben we een aantal gedragsregels opgesteld. Deze regels zijn hieronder te vinden. Een aantal dingen zijn in onze club niet toegestaan. Hieronder vallen:

  • Het beoordelen op uiterlijk, afkomst, geslacht of andere persoonskenmerken of het maken van kwetsende opmerkingen daarover.
  • Ongewenst aan de spullen van een ander komen.
  • Een ander bewust hardhandig behandelen en/of fysiek pijn doen bij het oefenen.
  • Elkaar met een bijnaam aanspreken die door de bedoelde persoon er van niet als
    positief ervaren wordt.
  • Vloeken of schelden.

Daarnaast verwachten wij van leden de volgende dingen uitdrukkelijk wel:

  • Probeer ruzie altijd samen op te lossen.
  • Wanneer dit niet lukt: zoek contact met een trainer, vertrouwenscontactpersoon of bestuurslid.
  • Luister aandachtig naar elkaar.
  • Help elkaar waar nodig.
  • Zorg dat nieuwkomers in de groep goed worden ontvangen en opgevangen.

Bovenstaande gedragsregels worden al bij inschrijving kenbaar gemaakt aan al onze leden en zijn terug te vinden op onze website. Verder wordt er door de trainers regelmatig aandacht aan besteedt en zien wij toe op de naleving ervan tijdens de budolessen. Bovendien wordt aan ouders/verzorgers ook gevraagd om ongewenst gedrag te melden wanneer zij dit tegenkomen of vermoeden.

2. Situaties van pestgedrag oplossen

Als er een vermoeden bestaat dat er binnen de club gepest wordt dan worden de volgende stappen doorlopen:

  • Er wordt vastgesteld of de gepeste heeft geprobeerd het samen met de pester op te lossen.
  • Als de gepeste er niet uitkomt grijpt de budoleraar/trainer in. Hij/zij brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
  • Er wordt contract gezocht met de ouders van de partijen nadat de kinderen hierover ingelicht zijn. Eventueel wordt een gesprek gevoerd met de hele groep. Hierin kan aan de orde komen wat de oorzaken en de gevolgen zijn voor slachtoffers, daders, meelopers en zwijgende middengroep. Besproken kan worden of ze zich realiseren welk verdriet zij veroorzaken met hun gedrag en/of houding. Vervolgens kan aan de groep suggesties gevraagd worden hoe de situatie verbeterd kan worden voor de gepeste budoka.
  • Bij herhaaldelijke ruzie/pestgedrag neemt de leraar duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de pester. De fase van bestraffen/sancties treedt in werking (zie paragraaf 3). Ook wordt de naam van de ruziemaker/pester vastgelegd in een verslag. Bij iedere melding omschrijft de leraar ‘de toedracht’. De leraar en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een voor iedereen bevredigende oplossing. Als het gaat om jonge kinderen worden de ouders hier actief bij betrokken.
3. Sancties

Mochten pogingen tot verbetering van de situatie door budoka’s, trainer en ouders niet tot een oplossing leiden dan kan de club overgaan tot het opleggen van sancties. Een besluit hiertoe volgt altijd uit samenspraak tussen trainer en bestuur. De mogelijke sancties lopen op van licht naar steeds zwaarder en kunnen in die volgorde worden gegeven als een situatie zich over langere tijd niet verbetert. Hieronder zijn de sancties per categorie opgesomd.

Eerste sancties

  • Één training niet aanwezig zijn.
  • Voor een bepaald aantal trainingen: blijven tot de andere budoka’s naar huis vertrokken zijn.
  • Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn/haar rol

in het pestprobleem door gesprek: bewustwording voor wat hij/zij met het gepeste kind uithaalt.

  • Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

Vervolgsancties

  • De ouders nadrukkelijker bij de oplossing betrekken. De budoclub heeft een dossier bijgehouden van de acties die hebben plaatsgevonden. Dit dossier is uitgangspunt voor het gesprek. In overleg de pester in een andere groep plaatsen.
  • Bij aanhoudend pestgedrag de pester voor een bepaalde periode schorsen.

Laatste sanctie

  • In extreme gevallen kan de pester geroyeerd worden uit de vereniging.

Opgesteld te Vlaardingen op 1 november 2017

 

Het bestuur

Protocol tegen seksuele intimidatie

In dit document hebben wij als bestuur van Judoverenging KAI vastgelegd hoe wij door gewenst gedrag te stimuleren en risicosituaties te mijden seksuele intimidatie binnen de club trachten te voorkomen. Daarna zal behandeld worden hoe wij omgaan met situaties waarin dit toch gebeurt/dreigt te gebeuren. Tot slot zal uitgewerkt worden welke sancties mogelijk zijn als een situatie niet tot een oplossing komt.

1. Gewenste omgang bevorderen
2. Situaties van seksuele intimidatie oplossen
3. Sancties
1. Gewenste omgang bevorderen

Budoka’s

Het is erg belangrijk dat budoka’s zich veilig voelen in hun sportomgeving. Hier hoort bij dat zij zich niet seksueel geïntimideerd mogen voelen. Om het risico daarop zo klein mogelijk te maken hebben we een aantal omgangsregels opgesteld. Deze regels zijn hieronder te vinden.

  1. Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij is en discrimineer niet.
    Iedereen telt mee binnen de club.
  2. Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
  3. Ik val de ander niet lastig.
  4. Ik berokken de ander geen schade.
  5. Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie.
  6. Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
  7. Ik negeer de ander niet.
  8. Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen.
  9. Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet,
    ik neem geen wapens mee.
  10. Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
  11. Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht.
  12. Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk.
  1. Als iemand mij hindert of lastigvalt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen.

Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp.

  1. Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich daar niet aan houdt erop aan en meldt dit zo nodig bij het bestuur.

Bovenstaande regels worden al bij inschrijving kenbaar gemaakt aan al onze leden en zij dienen hiermee akkoord te gaan voordat ze lid kunnen worden.

Tevens zijn deze regels terug te vinden op onze website. Hier wordt ook informatie gegeven over de vertrouwenscontactpersoon (VCP). Het gaat daarbij om zowel een taakomschrijving als de contactgegevens. Aan leden maar ook aan trainers/coaches, bestuur en aan ouders/verzorgers wordt gevraagd om ongewenst gedrag bij de VCP te melden wanneer zij dit tegenkomen of vermoeden.

Begeleiders

Naast de algemene omgangsregels hanteren wij ook aanvullende regels voor trainers, coaches en anderen die een actieve rol spelen rondom de jeugdige budoka (hierna: ‘begeleiders’). Het gaat om de volgende regels:

  1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de budoka zich veilig kan voelen.
  2. De begeleider onthoudt zich ervan de budoka te bejegenen op een wijze die debudoka in zijn/haar waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de budoka door te dringen dan nodig is in het kader van de sportbeoefening.
  3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of Seksuele Intimidatie tegenover de budoka.
  4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige budoka tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  5. De begeleider mag de budoka niet op een zodanige wijze aanraken dat de budoka en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  6. De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk

communicatiemiddel dan ook.

  1. De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de budoka en met de ruimte waarin deze zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.
  2. De begeleider heeft de plicht – voor zover in zijn vermogen ligt – de budoka te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van Seksuele Intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) budoka’s behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  3. De begeleider zal de budoka geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de budoka die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  4. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de budoka is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen. In die gevallen waarin deze regels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

Tevens verlangen wij van alle begeleiders dat zij een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen en controleren wij via de JBN of zij zijn opgenomen in het registratiesysteem voor plegers Seksuele Intimidatie

2. Situaties van seksuele intimidatie oplossen

Als er zich een situatie voordoet waarin een lid zich toch seksueel geïntimideerd voelt kan deze terecht bij de vertrouwenscontactpersoon (VCP) van onze club. Deze is te bereiken via vcp@kaijudo.nl. Deze persoon is opgeleid om dergelijke uiteenlopende situaties in te schatten en de bijbehorende procedures te starten en te begeleiden.

3. Sancties

Een aantal van de sancties zijn voor de club extern, denk hierbij aan een vervolging voor overtreding van artikelen uit het Wetboek van Strafrecht. Wel kunnen interne sancties na overleg met de VCP door het bestuur opgelegd worden.

Het bestuur stelt hierbij het collectieve belang van haar leden boven eventueel individueel belang van een lid.

Opgesteld te Vlaardingen op 1 november 2017

 

Het bestuur

Menu